www.raymondverbruggen.nl
Vakantie Zweden/Noorwegen 2008

Vrijdag 24 juni om 17.10 uur exact vertrekken we uit Enschede. We konden de camper eerder ophalen dan verwacht, dat scheelt toch mooi 3 uur! Ondanks de berichten op Planet en tv hebben wij geen last van verkeersdrukte. Zelfs bij Bremen en Hamburg kunnen we gewoon doorrijden. Sterker nog; wij hebben nog nooit zo relaxed door Hamburg gereden. Om 20.15 uur ligt Hamburg achter ons en zetten we koers naar de Deense grens. Vlak voor de grens eten we een hapje bij Burger King. Om 22.15 uur zijn we in Denemarken. Nog een paar uur rijden en dan is het mooi geweest. We parkeren voor de nacht bij een klein plaatsje Ejeberg. Op een parkeerplaats bij een school brengen we de nacht door.

Zaterdag om 07.30 uur gaat de wekker, even lekker ontbijten en dan richting Frederikshavn. Om 11.50 uur gaat de boot naar Göteborg. We zijn ruim op tijd en kunnen nog even onze benen strekken in de haven. Ray kan de aankomst van de Jutlandica uitgebreid fotograferen. Wat een enorm groot schip is het toch! Het voorschip opent zich en de auto's rijden eruit. Als wij aan boord gaan begint de zon te schijnen!

Zoals altijd blijven we eerst een tijdje aan dek, daarna gaan we lunchen en shoppen! Als we dan weer buiten komen is het gewoon warm. We hoeven onze fleece niet eens aan!

Terwijl ik op een bankje van het zonnetje geniet, rennen Wouter en Ray over het dek om te genieten van de scherenkust van Zweden. Wat een heerlijk gevoel om de haven van Göteborg weer te zien. Oh wat hou ik toch veel van Zweden en Noorwegen. Nu heb ik vakantiekriebels!

We gaan via de E45 richting Karlstad. We komen langs een aantal plaatsen waar we vorig jaar ook langs zijn gekomen. Ook Mellerud, waar we vorig jaar op de camping hebben gestaan, zien we nog even.

We zien een mooie omgeving en besluiten in de buurt van Säffle een plekje voor de nacht te zoeken. Säffle ligt tussen het Vanern en een ander -kleiner- meer. We gaan bij het kleinere meer staan (dit blijkt later de Harmanfjord te heten). Even een pilsje drinken en dan de omgeving verkennen. Wouter is al aan het spelen op de rotsen bij het meer. Terwijl we zitten te genieten van het uitzicht komt de zon weer van achter de wolken tevoorschijn! Wauw, wat een prachtige avond, wat een uitzicht! Dit is genieten zeg! Wouter gaat nog even pootje baden en dan gaan we, helemaal relaxed naar de camper terug.



Zondag 29 juni begint in de volle zon. Zouden de boeren in Zweden geen zondag kennen? Het eerste dat ik hoor is een soort van megagrasmaaier om 07.30 uur, op ZONDAG! Ik besluit me er weinig van aan te trekken en lekker uit te slapen. Nadat we allemaal uitgeslapen zijn ga ik het ontbijt klaarmaken. Ray en Wouter gaan in het meer zwemmen. Brrr, mij te koud.

Na het ontbijt even lekker zitten, Wouter is alweer op de rotsen aan het spelen. We besluiten te gaan rijden tot ongeveer Mora. Op de ANWB kaart is te zien dat een groot gedeelte van de route de moeite waard is om te rijden. Nou inderdaad. Wat een prachtige omgeving. We rijden langs het Fryken meer. Onderweg stoppen we zo nu en dan om foto's te maken. In de omgeving van Mora beginnen we te zoeken naar een plaats om te overnachten. Dit blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zijweggetjes zijn afgesloten met slagbomen of er staan postbussen (dat betekent dat het weggetje naar een huis leidt) We rijden een eiland genaamd Solleron. Het hele eiland lijkt wel een open lucht museum. Ontzettend mooi om te zien, hele schattige huisjes en pittoreske dorpjes. Op het hele eiland mag je niet vrij camperen. Er is een camping maar die ziet er niet bepaald uitnodigend uit. Vlak bij de camping is een brug, voor de brug staat een waarschuwingsbord: Pas op voor overstekende otters! Jeetje, hier komen gewoon otters in het wild voor, wauw.

We rijden een hele tijd rond, ook in Mora zelf, maar kunnen geen geschikte plek vinden. Uiteindelijk gaan we naar de camping Mora Parken. Een hele grote camping, heel netjes en leuk. Aan de ene kant ligt een meer en aan de andere kant loop je zo de stad in. Als je op de camping bent heb je er geen idee van dat je zo dicht bij de stad bent.

We besluiten hier te blijven (Wouter blij, kan hij eindelijk z'n telefoon en z'n DS opladen). Het weer blijft tot laat in de avond heerlijk. 's Nachts horen we dat het knetterhard regent.


Maandag 30 juni, het wordt al een beetje gewoon om met een zonnetje wakker te worden. Vandaag blijven we hier staan, dus we slapen een gat in de dag! Heerlijk! Vanmiddag gaan we het stadje bekijken. Eerst lekker slapen. Ontbijten kun je het niet meer noemen als wij gaan eten is het meer rond “brunchtijd” . Lekker douchen, da's wel een voordeel van de camping. We kuieren rond de middag de stad in.

Mora is vooral bekend vanwege de Vasaloppet. Tijdens kerstmis 1520 vluchtte Gustav Vasa op skies van Mora naar Noorwegen om te ontsnappen aan de Denen. In Lima, nabij Sälen werd hij ingehaald door mannen die de toekomstige koning overhaalden om terug te keren. Sinds 1922 hebben 750.000 skiers de tocht herhaald. In Mora is een museum gewijd aan de Vasaloppet. Mora is het einde van de race. De winnaar legt hem meestal in iets meer dan vier uur af, maar sommigen doen er 10 uur over. De tekst op de eindstreep luidt: “In de voetstappen van onze voorvaderen voor de victories van morgen”.

Leuk stadje, veel dingen te zien en leuke winkelstraat. We zien een mooie bloemenbak voor aan de garage, die halen we in ieder geval op de terugweg op. Bij een outdoorwinkel zien we een mooie rugzak, mooi smal en lekker gemakkelijk als we er een dag op uit trekken. Een cadeautje van Ray voor mij. We gaan de haven bekijken en allerlei mooie gebouwen die we gisteren in het voorbij rijden hadden gezien.

Op de terugweg kopen we verse aarbeien en de bloemenbak. We besluiten vroeg te eten zodat we vanavond niet al te laat in bed liggen. Morgen willen we naar Nusnass, daar waar het nationale symbool van Zweden word vervaardigd en met de hand beschilderd. Om later door te reizen naar Fulufjället. Een nationaal park vlak bij de grens van Noorwegen. Zweden's hoogste waterval bevindt zich daar. Ook leven daar beren, lynxen en steenarenden. Zo nu en dan treft men er nog wolven, de veelvraat en poolvossen. Gaaf hoor!

Dinsdag 1 juli. We zijn lekker op tijd wakker. Ik ben gelijk in de benen. Nadat we ontbeten hebben, de boel opgeruimd, vuil water geloosd, schoon water gevuld, wc schoon, zelf gewassen hebben en de afwas gedaan is het toch nog 11.15 uur voordat we vertrekken naar Nusnäs. Nusnäs ligt niet ver van Mora vandaan. Ongeveer 8 km. Hier wordt het nationale symbool van Zweden gemaakt het Dala paard.

Het paard, oorspronkelijk een 19de eeuws stuk speelgoed, wordt gesneden en kleurrijk beschilderd. We hebben gezien dat uit blokken hout de grove vorm met een band zaag machine wordt gezaagd.

Daarna gaan de paarden naar diverse adressen waar ze als handwerk in huis worden geschuurd en bijgewerkt. Dan komen ze terug in de fabriek waar ze in een verfbad gaan (stinkt ontzettend). Na het verfbad worden ze gecontroleerd en eventueel opnieuw bijgeschuurd. Dan krijgen ze een tweede glanzend verfbad. Vervolgens gaan ze naar een afdeling waar ze stuk voor stuk worden beschilderd (met de hand!) met prachtige patronen. Ieder paardje is anders. We hebben paarden gezien met bepaalde data (misschien geboortedata of een speciale herinnering), paardjes van de Vasaloppet van 1991 en nog veel meer. Dan kom je in een winkeltje waar je de paardjes en andere souveniers kunt kopen. Ze maken ook beschilderde haantjes, varkentjes en klokken.

Zeer de moeite waard om te bekijken. Om verder te reizen moeten we eerst terug naar Mora om dan richting Särna te kunnen gaan.

Särna en Idre behoren tot het noordelijkste deel van Dalarna. Tot 1644 behoorde het bij Noorwegen. Een belangrijke datum in de geschiedenis is 24 maart 1644. Särna, Idre en Heden werden bij Zweden ingelijfd. De zonder bloedvergieten verovering werd geleid door kaplaan Daniel Buscovius uit Alvdalen. Hij kreeg hiertoe opdracht van koningin Kristina. Toendertijd had Särna een oppervlakte van 45 vierkante mijl met 20 boerderijen en 100 inwoners. In 1684 werd besloten tot de bouw van een nieuwe kerk “aangezien de kerk te Särna uit de tijd stamt dat de gemeente tot Noorwegen behoorde en nu te klein is om hoogtijdagen te laten plaatsvinden...” 8 juni werd voor de laatste keer gepreekt in de oude kerk. “De volgende dag werd de kerk tot de grond toe afgebroken en dezelfde dag werden de eerste 9 lagen stammen voor de nieuwe kerk gelegd”. De timmerlieden kwamen uit Vamhüs en Mora.

In 1689 werd het altaar schilderij opgehangen. Dit hangt nu aan de zuidgevel. De uit 1688 daterende houten luchter en het preekgestoelte uit 1728 zijn beide eigenhandig vervaardigd door parochies priester Gabriel Gudmundus Floraeus wiens graf in het middenpad ligt.

Heel erg indrukwekkend om te zien. De reis gaat verder. We willen naar het National Park. Fulufjället om de Njupeskär (de hoogste waterval van Zweden) te bekijken.

De weg naar het National Park is op sommige momenten adembenemend mooi. Het is beslist geen straf om hier naartoe te rijden. Op de parkeerplaats kunnen we de camper goed parkeren en we gaan te voet verder. Het blijkt een wandeling van 2 km te zijn. Na 10 meter merken we al dat de wandeling ook zo z'n nadelen heeft....muggen, ontzettend veel muggen. Wat is dat jammer zeg, als je maar even stilstaat wordt je omringd door muggen. Het is een kwestie van doorlopen en je mond houden. Aan het begin van de route hebben we de Siberian Jay gezien. Dit is het logo van het park. We horen ook een koekkoek in de bergen en veel vogels zingen het hoogste lied. Er zou hier zelfs steenarenden voorkomen. Maar toen wij er waren waren zij er niet denk ik...

Na een minuut of 20 komen we bij de waterval, gaaf hoor, heel hoog. Op de beschrijving kun je zien dat men 's winters langs de zijkant via het ijs van de waterval omhoogklimt. Het is prachtig om te zien. We blijven even op een bankje vlak bij de waterval kijken naar het naar beneden kletterende water.

De terugweg is het mogelijk om een andere route te nemen, dit doen we dan ook. Ook deze route is schitterend om te zien.

Zoals bij de “heenwegroute” is ook hier te zien dat in 1997 zich hier een behoorlijke ramp heeft voltrokken. In 24 uur is toen 400mm water gevallen. De rivier is buiten haar oevers getreden en in de stroomversnelling die ontstond zijn bomen, struiken en puin meegevoerd. De overblijfselen van deze ramp zijn nog goed te zien. De bomen die ontworteld zijn liggen te rotten om voedsel te geven aan talloze kevertjes en paddestoelen. Je kunt dan ook zien dat een totaal nieuwe vegetatie is ontstaan.

We besluiten niet op de parkeerplaats te overnachten, dit in verband met de enorme hoeveelheid muggen. We rijden terug richting Särna. Onderweg hebben we diverse plekken gezien waar je met de camper goed kunt staan. Nergens stond een bordje van Camping Forbud dus...

We vinden een plekje op een uitzichtpunt. Eten koken en dan lekker slapen. Ook hier zijn veel muggen, en wat erger is; er zijn hele ienieminie kleine mugjes, die ook steken! Wouter heeft overal muggebulten. En ze komen door de gaasjes van de ramen heen!

We kunnen dus geen ventilatieraampje open laten. Dit eist z'n tol. We kunnen geen van allen goed slapen, het wordt warm in de camper en er blijven kleine mugjes aanwezig die ons tergen. Om 01.30 uur zijn allemaal nog wakker. We kijken door een zijraam naar buiten en zien een vos op zo'n 10 meter afstand van de camper lopen. Gaaf hoor. Dat dan weer wel. Na een korte nacht vertrekken we de volgende ochtend met in gedachten dat we nu naar Noorwegen gaan.


Woensdag 2 juli. De wegbewijzering zegt dat het nog 232 km naar Røros is. De Noorse grens is nog zo'n 130 km. Weer zo'n schitterende route. We hebben het gevoel dat we alleen op de wereld zijn. We komen niet of nauwelijks andere weggebruikers tegen. Het ene meer is nog mooier dan het andere en het gebied is bijzonder bosrijk. Dan weer gaan we de bergen op en zijn we boven de boomgrens. Helemaal kaal. Jeetje wat geweldig is dit. We passeren de Noorse grens en gelijk veranderd het wegdek en de huisjes. Het wegdek is slechter en de huisjes zijn bruin met wit en plaggendaken. Ja, zo was het ook al weer. Prachtig, we hebben een gevoel van thuiskomen...

Nadat we de Idrefossen zijn gepasseerd gebeurt er iets onwerkelijks. Er staat een rendier aan de zijkant van de weg te grazen. Raymond schrikt zich wezenloos. Het lijkt een jonge bok, hij is alleen en zijn gewei is nog fluweelachtig. Het duurt even voordat we een weggetje tegenkomen waar we kunnen keren. Als we terugrijden zien we hem langzaam het bos in wandelen. Er is geen hond op de weg dus we kunnen rustig gaan stilstaan en dit magnifieke dier bewonderen. Een foto maken heeft geen enkele zin omdat hij langzaam tussen de bomen verdwijnt. Wat een enorm dier, je zult zoiets maar op je auto krijgen! Wauw, dit is gewoon een cadeautje. Wie ziet nou zoiets. We zijn nog geen 2 km in Noorwegen en we zien gewoon een rendier in zijn natuurlijke habitat!!! Vannacht een vos en nu een rendier. Oh, wat zijn wij bevoorrecht om dit te mogen aanschouwen.

Ik blijf de hele weg blij, prachtig gewoon. De route naar Røros is ook weer schitterend, veel meren, bossen maar ook landbouwgrond komen we tegen. Na de middag, zo rond 14.15 uur zijn we in Røros. We besluiten het stadje vanmiddag te gaan bekijken. Morgen gaan we dan naar het museum en de kopermijn.

De legende wil dat een boer terwijl hij aan het jagen was een rendier neer schoot. In zijn doodstrijd schopte het dier en hij schopte het mos weg waardoor er een steen vrij kwam te liggen. In deze steen bevond zich kopererts. Dit was het begin van de koperwinning in Røros. In 1644 werd de kopermijn gesticht. Mannen kwamen van heinde en verre om hier te werken en geld te verdienen. Er was werk genoeg. Houthakkers, mijnwerkers, administratie noem maar op allerlei baantjes waren er. Er vond op grote schaal houtkap plaats in het gebied rond Røros. Een totale kaalslag was het gevolg. Om in hun onderhoud te kunnen voorzien hadden de mensen een stukje landbouwgrond nodig om te bewerken. Dit werd door de vrouwen gedaan terwijl de mannen in de mijn werkten.

De houten huisjes met hun plaggendaken, het hele stadje is nooit aangetast door brand en bevindt zich nog in dezelfde staat als in de 17e eeuw. Het is niet voor niets dat dit stadje op de werelderfgoedlijst van Unesco staat.

We bekijken en fotograferen (natuurlijk) dit prachtige monumentale stadje. We hebben nog steeds prachtig weer. Het is gewoon warm te noemen.

En dan loop je in de winkelstraat van Røros, vele kilometers weg van huis en dan.. Nou dan kom je gewoon een oud collega van PANalytical tegen. Grappig is zoiets. Hij vertelde dat zij al 14 dagen in de omgeving waren. Het weer was echter bar en boos geweest, kou en een harde noordenwind. Daar is nu niet veel meer van te merken. Nadat we uitgebreid rondgekeken hebben en Ray een prachtig fleece jack heeft gekocht, gaan we terug naar de camper om een plek voor de nacht te zoeken.

De dame van het Turistburo heeft ons aangeraden om bij een van de scholen te gaan staan. Het is immers vakantie dus kunnen we zonder problemen bij een school parkeren.

Zo gezegd, zo gedaan. We zetten de camper neer, Wouter gaat spelen, Ray gaat bier halen en ik ga eten koken. Na het eten gaan Wouter en Ray zwemmen in een nabij gelegen meer. Ik ga lekker lezen.


Donderdag 3 juli is weer een schitterende dag. We maken de camper vertrekklaar en Ray haalt vers brood bij de plaatselijke bakker. Na het ontbijt gaan we naar het museum. Het museum is gelegen in de zogenoemde Smelthytta. Hier is een tentoonstelling van de exploitatie van de mijn:

Om koper te winnen heeft Røros Koperwerk de mijn van 1646 tot 1977 in gebruik gehad. Bossen en waterlopen gebruikt en de lokale bevolking als arbeidskrachten ingezet. Het koper werd op de internationale markt verkocht. De winst ging naar welvarende, meestal in Trondheim wonende, handelslieden. De koning, die in Denemarken verbleef, had hiervoor toestemming gegeven. Een tiende van de opbrengst was voor de koning. In die tijd werd koper voornamelijk gebruikt om wapens mee te maken. In tijden van oorlog was dit aldus een waardevol product. In eerste instantie werd het koper gewonnen door vuren te stoken in de mijn. Het gesteente werd warm en bros en met primitieve gereedschappen werd het steen gebikt waarna het vervoerd werd naar de ovens om de koper te winnen. Het materiaal wat overbleef wordt “slakken” genoemd. Dit werd even buiten de smeltoven gebracht en ligt daar vandaag de dag nog in grote bergen. De machinerie om het gesteente te verplaatsen, het water uit de mijn op te pompen en de smeltovens zijn in het museum als modellen weergegeven. Enorm indrukwekkend om te zien. De technieken van mijnbouw werden van land op land doorgegeven. In eerste instantie bestond het management en de technische staf in Røros uit ingenieurs die eveneens in andere mijnen in Noorwegen hadden gewerkt, zoals de zilvermijn in Kongsberg.

Bij de tentoonstelling is ook een filmvertoning waarin men laat zien wat het exploreren van de mijn voor een gevolgen had voor de omgeving, de bevolking en de handelslieden. Prachtig om te zien.

Ray en Wouter gaan vanmiddag in de Olavsgruve. Een mijngroeve waar een rondleiding gegeven wordt. Ik ga niet mee. Ik ga het verslag schrijven.

Als Ray en Wouter terugkomen uit de groeve heb ik het eten bijna klaar, het is weliswaar nog vroeg maar dan kunnen we eventueel nog verder reizen.

In de groeve was het drabberig en nat vertelt Wouter. Hun schoenen en lange broeken zitten dan ook onder de smurrie. Het was prachtig onder in de mijn.

Als ik later de foto's zie met hele stukken azuriet en hoor wat er te zien was vind ik het jammer dat ik niet ben meegegaan.


We gaan via een klein weggetje richting Glåmos naar Trondheim. We hebben prachtige uitzichten op de omgeving waarin zich meren en bergen bevinden. Ray ziet hier wel mogelijkheden voor een overnachtingsplek.

Ik heb het even gehad met muggen en wat mij betreft rijden we iets verder door tot we bij een ander soort water komen dan een meer. Met (naar ik hoop) minder muggen. De omgeving blijft onverminderd mooi en we zien als we de weg (30) volgen een riviertje met stroomversnellingen langs de weg. We rijden richting Ålen waar we even stoppen om een biertje bij de plaatselijke supermarkt te kopen. Ålen is een mooi dorp met een mooie kerk. De omgeving is rustig en als we het plaatsje uitrijden zien we een klein stukje verderop de waterval (Eafossen) die we willen bekijken. Er is een parkeerplaats met zitjes en een toiletgebouw waar ook het campertoilet gereinigd kan worden. Wouter wil graag naar de waterval en via een klein bosweggetje komen we bij een aantal rotsen waar de waterval begint.

Het is nog steeds mooi weer en Ray kan volop foto's maken. Wouter gaat zijn zwembroek aantrekken en wil zwemmen, pappa moet ook mee. Inmiddels heeft Wouter aan de voet van de waterval een mogelijkheid gezien om te zwemmen.

Ik kies ervoor om te lezen in het zonnetje op de parkeerplaats. De parkeerplaats is een geliefde plek, er stoppen steeds auto's en caravans om een hapje te eten of te picknicken. Wij willen hier camperen, ondanks dat er een bord hangt dat camperen eigenlijk niet de bedoeling is. Het is zo'n mooi plekje en we hebben eigenlijk niet meer zoveel zin om verder te rijden. Uiteindelijk zijn Ray en Wouter “uitgezwommen” We pakken een paar hapjes en een biertje en gaan lekker aan een picknicktafel zitten om de rest van de avond door te brengen. We kijken ondertussen waar we de camper het best kunnen neerzetten voor de nacht. Op sommige plaatsen loopt de parkeerplaats wel erg schuin af. Als de beheerder van het huisje weg is en er alleen nog een tjechisch gezin is gaan we de camper verplaatsen en waterpas zetten. Er komt nog iemand om het gras te maaien en de toiletten schoon te maken en als dat gebeurt is gaan wij ons klaarmaken voor de nacht.


Vrijdag 4 juli begint met een duik in de rivier voor Ray en Wouter. Daar wordt je pas goed wakker van! We ontbijten aan de picknicktafel en na het ontbijt gaan we richting Trondheim.

We rijden weer in het zonnetje en weer door een prachtig gebied. De rivier de Gaula blijft ons gedurende lange tijd vergezellen.

Ongeveer 40 km voor Trondheim wordt het verkeer drukker, de omgeving minder spectaculair en je kunt ruiken dat er industrie in het gebied plaatsvindt. Rond het middaguur zijn we in Trondheim. In het Capitool reisboekje staat een plattegrond van het gebied waar we de kathedraal Nidarosdomen willen bezoeken met daarop aangegeven waar de parkeerplaatsen zijn. Zonder enig probleem rijden we het gebied in en vinden op 25 m afstand van de kathedraal een parkeerplaats in de schaduw. Ook de andere dingen die we wilen gaan zien liggen in dit gebied. Wat een mazzel!

Vlakbij de kathedraal is een souvenirwinkeltje waar je de toegangskaarten voor de kathedraal, het paleis van de aartsbisschop en het museum kunt kopen. En, daar kun je wafels en koffie kopen. Voordat we gaan rondkijken gaan we eerst wafels eten, hmm heerlijk, Noorse wafels met room en syltetoy.

De kathedraal is schitterend. Prachtige gebrandschilderde ramen en diverse bouwstijlen die zich niet moeilijk laten herkennen in Gotisch en Romaans. Eigenlijk willen we ook graag naar boven in de kathedraal. Omdat je niet op eigen houtje naar boven mag moeten we meer dan een half uur wachten op de begeleiding. We besluiten dit niet te doen. Na de bezichtiging van de grafstenen in de kelder van de kathedraal gaan we naar het paleis van de aartsbisschop. Vervolgens naar het museum met de kroonjuwelen van de Noorse koning en koningin. Prachtig om te zien. Daarna naar het oorlogsmuseum en de opgravingen van de gebouwen rond het paleis van de aartsbisschop. Daar zijn we al met al een paar uur zoet mee geweest.

We willen nog een wandeling maken over de oude brug van waaruit we de pakhuizen kunnen zien en fotograferen.

Het is inmiddels 30°C. We gaan nog even een 12de eeuws kerkje bekijken en een ijsje eten en dan zijn we het allemaal wel een beetje zat. Als we weer bij de camper komen blijkt dat de toeristinfo vlak bij het ijskraampje is. We willen daar toch even naartoe om te kijken of ze ons nog een mooie camping in de buurt kunnen adviseren.

 

Zo gezegd zo gedaan. Ze hebben een aantal campings op een kaartje aangegeven en we beginnen alvast richting het zuiden te rijden. Bij de eerste camping Oysanden hebben we allemaal zoiets van; nou nee, niet ons idee van een leuke, gezellige camping waar we een paar dagen willen staan. We gaan weer verder.

40 km onder Trondheim ligt nabij het plaatsje Viggja de camping Tråvikån. Dat ziet er gezellig uit. De camping ligt in de baai van de fjord, er kan dus gezwommen worden! En de camping bestaat uit een aantal zogenoemde terassen. Wat wel opvalt is dat het nogal steil is. De jongeman bij de receptie (duidelijk in de stress) zegt ons dat we zelf maar even moeten kijken. Nou, dat doen we dan ook. Het lijkt ons de moeite van het proberen waard. Na een aantal pogingen staan we redelijk waterpas.

Genoeg om in te kunnen slapen. Het is nog steeds bloedje heet en Wouter heeft zijn zwembroek al weer aan. Hij gaat lekker zwemmen in de fjord. Ray en ik zetten de stoeltjes en tafel buiten en doen de luifel naar beneden. Ik ga koken en Ray gaat ook zwemmen. Lekker eten, biertje drinken en bijkomen van een prachtige dag. We blijven hier in ieder geval 2 dagen.


Zaterdag 5 juli. We zijn alweer een week op vakantie! Jeetje wat gaat de tijd snel. We slapen lekker uit vandaag. Vandaag is een dag van “Wu Wei” zoals de chinezen zeggen. Wu wei is niets doen. Een non activiteit die we in de westerse wereld eigenlijk lang geleden vergeten zijn. Omdat het lekker weer is kunnen we in de zon liggen en buiten zitten. We lezen een beetje, Wouter gaat nog eens even op de rotsen spelen en zo nu en dan staan we op om drinken te pakken. Echt vakantie vieren dus. Tegen het eind van de middag wordt de wind iets kouder. Langzaam komen er een paar wolkjes tevoorschijn en mensen die met hun tent aan het opbreken zijn kijken angstig naar boven. Volgens mij zijn dit tekenen dat het weer omslaat. Als we later een ijsje gaan kopen kijken we even in de kranten die bij het winkeltje liggen en op de achterzijde het weerbericht aangeven. Nou, geen verschil met Nederland. Alle drie de kranten geven een ander beeld. Onze eigen interpretatie is dat de wind zal gaan toenemen en dat voelen we ook. We besluiten binnen te eten. Na het eten nog even lezen en dan lekker naar bed.


Zondag 6 juli. Ik hoor regendruppels op het dak van de camper. We zijn meer dan een week in Scandinavie en dit is onze eerste “wat mindere” dag. Ook niet erg hoor. We hadden gisterenavond besloten om nog een dag op deze camping te blijven. Nu kunnen we lekker nog een dagje niets doen. Na het ontbijt is de regen opgehouden en Wouter gaat weer op de rotsen spelen. Ik wil nu wel eens douchen. Mijn laatste douche was in Mora in Zweden en dat is alweer een aantal dagen geleden. Na het douchen ga ik verder in mijn prachtige boek de Tao van Equus. Ook Ray is aan het lezen. Als het begint te regenen komt Wouter even terug. Maar als het droog is gaat hij weer snel naar buiten. Naarmate de dag vordert zien we campinggasten die klaarblijkelijk 's ochtends zijn uitgevaren om te gaan vissen, terugkomen met enorme vissen. Tjonge, jonge, we zien zalmen zo groot als kleine jongetjes en forellen van wel een halve meter! Dit gebied staat erom bekend dat hier zeer vele vissoorten leven en dat dit een goed visgebied is.

Wij eten vanavond geen vis, misschien jammer maar pannenkoeken zijn ook lekker!

Na het pannekoeken eten willen we nog even naar buiten. Het weer is helemaal opgeklaard. Ray wil natuurlijk nog even foto's maken en Wouter wil wel even op de rotsen spelen. Ze blijven een hele tijd weg en ik ga even kijken waar ze blijven. Op de steiger staan een aantal mannen te vissen. Ook een bootje wordt door een aantal Duitsers klaargemaakt om mee te gaan vissen. Gezien de vissen die we vanmiddag hebben gezien kan ik me wel voorstellen dat vissers het hier een paradijs vinden. De mannen op de steiger vissen met van die veertjes en de andere met een blinkertje. Ze kunnen hun hengel heel ver weggooien. Op een gegeven moment gooit de man met het blinkertje zijn hengel weg. Jeetje wat ver zeg! Roept Wouter. Ja, inderdaad heel erg ver, we zien ook hoe het komt, dat komt omdat de lijn is geknapt en het blinkertje verder vliegt vanwege zijn gewicht. We schieten in de lach. Oei, dat valt niet goed bij de vissers, ze kunnen ons gevoel voor humor niet echt waarderen.

Ik ga vast terug naar de camper, nog even lezen. Als Ray en Wouter terugkomen willen we nog een film gaan kijken. Het is moeilijk kiezen tussen The Golden Compass of Dante's Peak. Gezien Wouter's enorme liefde voor vulkanen wordt het Dante's Peak. En ook al heb ik deze film waarschijnlijk al meer dan 10 keer gezien, het blijft een mooie film.

Vlak voordat de film begint moet Wouter erg hoesten en uiteindelijk moet hij overgeven. Gelukkig voelt hij zich na die tijd weer een stuk beter en we kunnen samen de film kijken.


Maandag 7 juli. Vandaag gaan we weer verder na een paar dagen rust op Tråvikån Camping. Zeker de moeite waard om eens te kijken als je in de buurt bent. Om het één en ander van de omgeving te kunnen zien heb ik een route bedacht via Orkanger (het Orkdal) over weg 65 naar Rindal via Øvre Rindal. Door het Surnadal naar Surndalsøra en Kvanne waar we de pont zullen nemen naar Rykkjem om dan in het Sunndal de waterval bij Ålvund te gaan zien. Van daaruit gaan we naar Sunndalsøra om de 70 te volgen naar Gjøra en dan door naar Oppdal. In Oppdal willen we kijken bij de toeristinfo hoe we mogelijk een excursie op de Dovrefjell kunnen doen teneinde Muskusossen te observeren.

Zo gezegd zo gedaan. We gaan op weg en het is een prachtige route. In Rindal kopen we nog even iets voor bij de koffie en een brood. Wouter heeft het inmiddels hartstikke koud en kan nauwelijks zijn ogen open houden. Hij gaat in ons bed liggen terwijl we verder rijden. Jeetje wat is dit een prachtig gebied zeg! Het plaatsje Moen en Surnadalsøra liggen in een dal aan een rivier waar wij op de weg bovenlangs rijden. Prachtig om te zien. Wat een mooi uitzicht! Ray raakt lichtelijk gefrustreerd omdat hij nergens een mogelijkheid ziet om te stoppen en foto's te maken. Uiteindelijk vindt hij toch een mooie plek om een aantal plaatjes te schieten van de met sneeuw bedekte bergen.

In Kvanne zien we de pont naar de overkant varen, we moeten dus even wachten. Het zonnetje schijnt volop en we lopen even naar de kade.

Omdat we zeker weten dat Wouter dit graag wil meemaken besluiten we hem te wekken. Als ik het gordijntje van de slaapruimte opzij doe dan is hij wakker. Natuurlijk wil hij graag de pont zien. Hij gaat meteen mee naar buiten. Het duurt niet lang meer en de pont arriveert.

Inmiddels zijn er een aantal campers, twee grote vrachtauto's en een aantal personenauto's, die staan te wachten. Volgens mijn bescheiden mening kunnen die twee grote vrachtauto's nooit op dat kleine pontje. Nou, het gaat allemaal prima met een beetje passen en meten. Op het pontje blijkt dat het ook nog eens hartstikke snel gaat. Je krijgt ook ineens een veel bredere blik in het fjord. Het is het Stangvikfjorden. Ieder fjord is toch weer anders en iedere fjord is ook weer hartstikke mooi.

Als we van de pont af rijden is het weer een ander landschap wat we zien. Het doet me denken aan onze eerste reis naar Noorwegen. Iedere keer als je voorbij een bocht rijdt is er weer een ander uitzicht, en het ene uitzicht is nog mooier dan het andere. We zijn nog maar een paar kilometer op weg en we zien Ålvund al liggen. Daar moet de waterval zijn. Ray stopt en stapt uit om foto's te maken. Ik zie geen waterval en blijf even zitten. Als Ray terugkomt laat hij een foto zien die hij richting fjord heeft gemaakt. In dit geval betreft het Ålvundfjorden. Op de foto zie ik een landtong met een caravan.

Hij heeft een camping gezien die hem helemaal te gek lijkt. Nou, maar 's kijken dan. We rijden richting de landtong en zien een bord met Fugelvåg Camping. De resepsjon is in een woonhuis.

We lopen naar binnen. Dit is voor mij de eerste keer dat ik in een woonhuis in Noorwegen kom. De wanden zijn van ruwe boomstammen, de vloer is van hout en is blauw geverfd, in de woonkamer staat een enorme haard, een bankstel, piano, eettafel en de resepsjon is aan het dressoir. Heel gezellig, bijna een museum zo ziet het eruit. De dame die ons ontvangt verteld dat het huis dateert uit 1640. In de witte houten keuken waarin ik ongegeneerd naar binnen gluur, staat de dochter des huizes wafels te bakken. Ook die vloer is van hout en is groen geschilderd. De keukenkastjes zijn wit hout en er staat een kleine eettafel. Het huis is aan de buitenkant wit met planken (net zoals wij hebben alleen dan verticaal) en het dak heeft (zoals zoveel daken hier) plaggen. Heel erg mooi om te zien.

We mogen zelf een plekje aan het water uitkiezen en dat gaan we doen.

In tegenstelling tot alle andere campings waar we zijn geweest, staan hier gewoon 4 Nederlandse auto's. Jakkie! Ik ben niet zo sociaal op vakantie en vindt het helemaal niet erg om geen Nederlanders te zien. We gaan net koffie drinken en de buurman begint een praatje. Ik moet aan Yentl's woorden denken: O, mamma jij bent zo GEEN Groepsmens! Inwendig moet ik lachen.

Na de koffie ga ik lekker zonnen. Wouter gaat tekenen en Ray gaat foto's maken. Lekker zo'n lome middag.

Als Ray terugkomt willen ze nog even zwemmen, op het strandje komen we schelpen, aangevreten krabbetjes en een vissenskelet tegen, heel spannend dus. Uiteindelijk gaan ze in het water. Ik wil graag een mooie foto maken van Ray met de besneeuwde bergtoppen op de achtergrond. Ik moedig hem aan om het water dieper in te gaan. Ray vertelt me dat de temperatuur van het water overeenkomt met de besneeuwde bergtoppen en is geenszins van plan om verder dan zijn knietjes het water in te gaan. Wouter is alweer druk in de weer met stenen en schelpen.

Na het eten neemt de wind behoorlijk toe op de landtong. Het wordt eb, het water trekt zich helemaal terug. Grote scholen meeuwen staan op de zandbanken en scholeksters doen zich tegoed aan alles wat zij kunnen vinden op de kustlijn.

Na het douchen gaat Wouter naar bed. Ray en ik wandelen nog een stukje en Ray maakt mooie foto's van de avondzon.

Op de terugweg nemen we de was mee. De andere was gaat in de droger en die haal ik morgen wel op. Als we in bed liggen gaat het zo hard waaien dat we het dakraam dicht willen doen. De lucht is nu helemaal schitterend! Midden in de nacht en dan nog licht! En wat voor licht! Toch nog maar even een paar foto's maken.


Dinsdag 8 juli Ondanks de mooie plek gaan we toch verder. Vandaag gaat de rit richting Oppdal. We rijden een stukje door het binnenland om dan langs de Sunndalsfjorden de weg te vervolgen. Ook weer een hele mooie fjord. Het water is zo glad als een spiegeltje.

We rijden door enkele (doodenge) tunneltjes, via Sunndalsøra naar Grøa. Hier moet de meest spectaculaire waterval van Noorwegen de Amotan zijn. Het weggetje naar boven beloofd wel iets spannends! Het is een smal weggetje. De rivier ligt aan onze linkerkant en aan de kleur is duidelijk te zien dat het smeltwater betreft. Het is een snelstromend wild riviertje.

Op een bepaald moment zien we op een berg aan de overkant van onze weg een grote brede waterval. Even later komen we bij een punt waar we kunnen stoppen. Ook hier is een waterval (aan onze kant van de weg op de berg dus) Als we naar beneden kijken zien we vanuit een tussenliggende berg ook een waterval komen. Wauw! Dit is inderdaad spectaculair. Er komen van drie bergen watervallen op 1 punt samen om vervolgens verder te gaan in het riviertje dat wij op weg naar boven zagen. We rijden nog een klein stukje (en enige haarspeldbochten) verder totdat we boven op de berg zijn. Samen met een aantal loslopende schapen, die van mening zijn dat zij alle recht op de weg hebben en slechts met moeite van hun plaats komen! Boven op de berg stoppen we even om te keren en een soepje te eten. Als wij daar staan komt er een grote vrachtwagen met aanhanger langsscheuren. Jeetje, komen die ook dit kleine weggetje op? Dat belooft nog wat voor de terugweg. Gelukkig valt dat mee en komen we zonder al te veel oponthoud weer terug. Verder gaat de weg...

En dan komen we in een gebied dat ik niet anders kan omschrijven als ENORM. De bergen doemen als enorme reuzen aan onze zijkant op (weer frustratie omdat er geen plekje is om foto's te maken). Enorme ruige, grijze kolossen met grillig gevormde toppen die lijken te schitteren tegen de blauwe lucht. Ik vind dit echt heel erg mooi! Op de kaart staan 3 watevallen aangegeven. Ik denk dat wij er wel 30 hebben gezien. De ene is nog hoger en mooier dan de andere. Gelukkig komen we nog een parkeerplaats tegen zodat we aan het einde van deze bergkam een aantal foto's kunnen maken.

Het is nu niet ver meer naar Oppdal. Oppdal is een vriendelijk stadje. Een kruispunt van een aantal wegen met alle drukte die dat met zich meebrengt. Zo te zien is het vooral een wintersportplaats. Veel van de dingen die je tegenkomt zijn op wintersport gericht. We zoeken de toeristinfo en vinden die in het station. Daar is ook een voorlichtingsruimte over het nationaal park Dovrefjell. Hartstikke leuk om te zien. Er staat een opgezette muskusos, er hangt een huid van een rendier, van een muskusos, ook staat er een opgezette veelvraat en er hangt een opgezette steenarend. Heel mooi.

We kunnen ons daar ter plekke opgeven voor de excursie naar de muskusossen. Morgenochtend om 09.00 uur moeten we ons verzamelen bij het station. We drinken nog een kop koffie en een wafel in de stad en zoeken een plekje voor de nacht. Onze voorkeur gaat weer uit naar een school. Want die zijn dicht en daar is het dus rustig. Ook ligt de school dicht bij het station zodat we morgen niet zover hoeven te rijden voordat we er zijn. Het lukt allemaal prima en we zijn lekker op tijd met ons plekje zoeken.


Woensdag 9 juli begint al vroeg voor onze vakantiebegrippen. Om 08.00 uur gaat de wekker. Om 09.00 uur moeten we bij het station van Oppdal zijn om te verzamelen voor de muskusossensafari. Er staat nog niemand als wij arriveren. We ontbijten en maken een goed lunchpakket klaar. Het zonnetje staat hoog aan de hemel ondanks de dreigende weerberichten in de kranten.

Na enige tijd staan er 4 mensen veelbetekenend te kijken en dat blijken later de andere deelnemers te zijn. Grappig genoeg zijn dit ook mensen uit Nederland. Onze gids arriveert en blijkt Steinar te heten. Hij legt uit dat we eerst naar Kongsvold rijden en van daaruit de wandeling beginnen. Er is geen kip op de weg om die tijd dus we zijn in korte tijd op de plaats van bestemming 40 km onder Oppdal. We gaan de hoogvlakte op dus de tocht begint meteen al vrij steil omhoog.

Steinar verteld dat de muskusossen in april en mei zich vaak individueel ophouden in het bos waar we doorlopen. Zo kan het zomaar gebeuren dat je zonder dat je het verwacht, oog in oog met een muskusos staat. Mocht dat onverhoopt gebeuren (wat bijzonder zeldzaam zou zijn in deze periode) dan krijgen we aanwijzingen hoe te reageren. De muskusos zal blazen, met zijn hoeven graven, dan gaat hij met zijn hoofd wiegen (dan is het echt al uitkijken geblazen) en dan zal hij eerst een schijnaanval doen alvorens hij werkelijk zal aanvallen. Er is een geval bekend waarbij een toerist overdonderd werd toen hij door het bos liep en niet wist wat te doen. Hij is in een boom geklommen en na enige tijd was de os vergeten dat hij de toerist had gezien en ging grazen, even liggen en toen weer grazen voordat hij verderop het bos in ging. De toerist had toen al 20 uur in de boom doorgebracht...

En we klimmen verder omhoog. Op een hek wordt melding gemaakt van een Ijslandse hengst die met zijn kudde eveneens op de hoogvlakte graast. Wij zullen deze paarden helaas niet zien, zij verblijven in een andere vallei. De gids van gisteren heeft aan Steinar doorgegeven dat hij met zijn deelnemers in de andere vallei was geweest, daar 3 uur heeft gelopen en toen hadden ze nog geen muskusossen gezien. Vervolgens zijn ze naar de vallei gegaan waar wij vandaag naartoe zullen gaan en daar waren de muskusossen.

De andere vallei is qua natuur mooier, maar goed we zijn gekomen om muskusossen te zien en dus besluiten wij als groep dat wij niet in dezelfde vallei als de groep van gisteren gaan lopen maar in de vallei gaan zoeken waar ze gisteren uiteindelijk de muskusossen hebben gezien.

Terwijl we die vallei inlopen kijkt de gids continu door zijn verrekijker en het duurt dan ook niet lang of hij heeft muskusossen ontdekt. Heel veel verderop op een stuk sneeuw kunnen we inderdaad 6 zwarte puntjes ontdekken.

Dit zouden muskusossen zijn volgens de gids. Hmm, het zal wel, denk ik. Enfin, we lopen verder en ook zonder muskusossen is dit gebied zeer de moeite waard om door te brengen. Op een bepaald moment komen we bij een rotsformatie waar we beschut kunnen zitten. Hier is het gebruikelijk om de lunch te nemen en even bij komen. Goed idee, we gaan lekker een boterhammetje eten, de gids zet koffie met een enorme ketel op een klein gaspitje en ondertussen kijken we door de verrekijker naar de muskusossen. De stipjes zijn inmiddels groter geworden en inderdaad kunnen we de vorm van muskusossen ontwaren.

Nadat we gezellig even bij elkaar gezeten hebben ziet een van de deelnemers nog enkele muskusossen die via een dalletje de vallei in komen lopen. Ook nog op grote afstand maar de hoop om in ieder geval enkele exemplaren te kunnen zien groeit gestaag. De gids legt uit dat we niet rechtstreeks op de dieren mogen aflopen en ook niet al te dichtbij mogen komen. Er is een grens van 200 meter ingesteld. Deze maatregel vindt zijn oorsprong enige jaren geleden. In 1978 was er een zeer warme zomer. Ook waren er veel toeristen die op zoek gingen naar muskusossen. Ook tijdens de zomer dragen de muskusossen een hele dikke vacht. Als zij zich moeten inspannen dan raken ze gestresst en “blazen ze zich van binnenuit als het ware op”. Dit heeft tot gevolg gehad dat vele muskusossen overleden zijn ten gevolge van stress en warmte. In die tijd heeft men besloten dat, voor de veiligheid van de dieren, men op een afstand van minimaal 200 meter moest blijven en de dieren niet direct mocht benaderen. Wij zullen dus een beetje zigzaggend de richting van de dieren op lopen. Als we ongeveer een kwartiertje gelopen hebben zien we onder ons een aantal poelen met water. Ineens komt er een muskusos uit het water omhoog en loopt hard (ze kunnen een snelheid halen van 60 km per uur in 8 seconden) richting de andere dieren. Jeetje, wat een mooi gezicht is dat. Het dier was op zo'n 100 meter afstand van ons en we konden hem echt goed zien!

De gids is echter wel geschrokken, hij had de stier niet gezien en weet nu niet of hij uit het water omhoog kwam om te grazen bij de andere dieren of dat hij van ons geschrokken was. Er is niets meer aan te veranderen en we besluiten op de plek waar we zijn te gaan zitten en de dieren te observeren. In overleg met de gids gaat Ray een stukje verder naar beneden om zo mooie foto's te kunnen maken.

Na enige tijd lopen we weer een stukje verder om ook vanuit een ander gezichtspunt foto's te kunnen maken. Als we beginnen te tellen blijken er in totaal 15 muskusossen te zijn. 8 in de sneeuw, 6 bij elkaar en eentje die een stuk verderop bij een bosje ligt te slapen. Als de muskusossen uit de sneeuw gaan staan en gaan bewegen blijken er 3 kleine kalven bij te lopen. Met de verrekijker van Steinar kun je ze goed zien. Hij heeft een Nikon Monarch 8 x 42 6.3 (onontbeerlijke informatie voor de echte liefhebber). Het geeft een helder zicht en hij gebruikt hem zelfs om tegen zijn fototoestel te plaatsen om foto's te maken.

Wat een geluk hebben wij, het is nog steeds prachtig zonnig weer. Dat betekent dat Ray mooie foto's kan maken. We zien 15 muskusossen met daarbij 3 kalveren, ik vind dat gewoon cadeautjes. Hartstikke mooi.

Op de terugweg lopen we via de bovenzijde van de berg terug. Zo hebben we weer een ander zicht op de vallei.

We komen nog een leuke pad en enige sneeuwhoenders tegen. Ook zien we een heel klein vogeltje die een hele aparte roep heeft. Helaas weer geen steenarend. De gids vertelde dat ze gisteren in de andere vallei wel arenden hadden gezien. Hij wist niet of het steenarenden waren.

Onderweg verteld Steinar nog een verhaal over aanvallen door muskusossen. Er zijn maar weinig verhalen over bekend omdat de muskusos redelijk vriendelijk is en een confrontatie altijd uit de weg zal gaan. In 1963 kwam een boer en muskusos tegen. De os was ver verwijderd van zijn habitat en vermoedelijk verdwaalt. De boer kon de signalen niet interpreteren of wist niet dat het signalen waren toen de os een schijnaanval deed en begon met stenen te gooien. Het dier werd boos en viel de boer aan. De boer heeft het niet overleefd.

Van recentere datum zijn twee andere aanvallen. Het betreft een man die een muskusos een koekje wilde voeren. Hij negeerde de signalen en werd aangevallen. Hij werd met spoed opgenomen in het ziekenhuis van Lillehammer. Hij was daar enige weken en kwam weer uit het ziekenhuis. Hij is weer naar Dovrefjell gegaan en probeerde opnieuw een muskusos te voeren. Opnieuw werd hij aangevallen en heeft vervolgens 3 maanden in het ziekenhuis gelegen. Hoe dom kun je zijn?

Aan het eind van de tocht hebben we met de andere deelnemers gegevens omtrent e-mailadressen uitgewisseld om foto's te kunnen sturen. Daarna hebben we bij Kongsvold een kop koffie gedronken en een wafel gegeten. Wouter heeft appelcake gegeten. We hebben onze route vervolgd en zijn tot ver in Vågå uitgekomen. We hebben overnacht op camping Randsverk.


Het is donderdag 10 juli en mooi weer (what else is new), we hebben besloten dat we vandaag en morgen graag een flink stuk in zuidelijk richting willen rijden. Op die manier kunnen we ter hoogte van Oslo ergens een camping pakken om een paar dagen te blijven staan. Het liefst met een watertje of een meer. We zullen wel zien. Vandaag gaan we door het nationaal park Jotunheimen. Gisteren waren we in Dovrefjell waar de berg Snøhetta ligt. Lange tijd is men van mening geweest dat Snøhetta (sneeuwhoed) de hoogste berg van Noorwegen was met haar 2286 m hoogte. Totdat men in Jotunheimen Gjuvvashytta (2469) en Glittertind (2470) ontdekte. Wij gaan deze bergen niet zien, wel zien we andere hoge bergen zoals: Knutsholdstind en Surtningssuen. De rit over de Jotunheimvegen leidt ons langs deze schitterende bergen. Onderweg zullen we regelmatig stoppen om bergen, bossen, bruggen en hoogvlaktes vast te leggen met het fototoestel.

Op één van onze kaarten staat een route die op dezelfde wijze wordt weergegeven als de Peer Gyntvegen. Omdat we daar zo ademloos hebben rondgereden lijkt het ons een goed idee om deze route ook te nemen.

We wijken dus na vele kilometers Jotunheimvegen af en volgen een tolweg die ons over een hoogvlakte van Haugeseter naar Skåbu leidt. Het begin van de weg is erg mooi maar na verloop van tijd is er toch een gevoel van: veel van hetzelfde landschap. We zien prachtige meren en aan het eind van de route veel bos. Jammer, want we zijn voor deze route toch een eind uit de richting gereden.

Via Espedalen en Vestre Gausdal rijden we richting Forset om daarna bij Dokka uit te komen. In de omgeving van Dokka zoeken we een plekje voor de nacht. Het wordt een parkeerplaats met schaapjes in de buurt. Zoals in zoveel gebieden lopen ook hier de schapen los. Als we even naar buiten kijken omdat we hun belletjes horen, zien we 4 schaapjes met elkaar dollen. Het lijkt wel alsof ze tikkertje spelen. We hebben een goede nacht, ondanks de belletjes en vertrekken de volgende morgen verder richting zuiden.


Vrijdag 11 juli en we zien wolkjes! We gaan in Dokka eerst op zoek naar een camperstation. Helaas kunnen we dat niet vinden, wel kunnen we schoon water bijvullen. We parkeren boven een put en Ray laat het vuile water weglopen. Inmiddels regent het! Da's wel even wennen voor ons. We gaan de ansichtkaarten posten, en nadat de vuilwatertank leeg is gaan we op weg. Volgens de kaart moeten er zich langs de weg die we willen rijden 3 campings bevinden aan een meer. In het NAF Camping Norge boekje staat een mooie camping in Vikersund aangegeven. Hier staan foto's bij en dat ziet er goed uit! We hebben dus een aantal mogelijkheden. Onderweg vinden we nog een mogelijkheid om het wc schoon te maken dus we zijn er weer helemaal klaar voor.

De campings blijken seizoenscampings te zijn waar voornamelijk vaste gasten verblijven. Dit is te zien aan de hoeveelheid aanbouwhutten etc. De camping bij Tyrifjord (de eerste) is een soort van woonwagenkamp. Nou, we hebben nog 1 mogelijkheid. Nou maar hopen dat camping Natvedt in Vikersund is wat het op de foto lijkt. Het plenst inmiddels als we op de camping aankomen. In de regen bekijken we een plek direct aan het water. Hier hoeven we niet lang over na te denken. Dit wordt 'm. Er zijn meer Nederlanders die deze camping gevonden hebben en hun tent aan het opzetten zijn. Ook geen pretje met dit weer zeg!

 

Wij rijden de camper op de plek, zetten 'm waterpas en gaan koffie drinken. Het duurt niet lang of het wordt droog.

Ray en ik lopen naar het nabij gelegen Vikersund om een paar boodschapjes te halen. Tegen de avond is het weer helemaal opgeklaard. Volgens Ray is het water hier een stuk warmer als in de omgeving van Trondheim en hij wil dus gaan zwemmen. Wouter doet natuurlijk ook weer mee. Als het puntje bij het paaltje komt staat Raymond nog maar net met zijn zwembroek in het water als Wouter van de steiger af springt om volledig kopje onder te gaan. Het water blijkt toch nogal koud te zijn. Uiteindelijk gaat Ray wel zwemmen, maar het duurt niet lang. Toch te koud denk ik.

Vanavond kijken we naar de Golden Compass, wat een gave film, hartstikke spannend. Helaas een open eind. Misschien komt er dit jaar wel een tweede deel in de bioscoop.


Zaterdag 12 juli staat in het teken van Wu Wei. Niks doen dus. Het weer is prachtig, Wouter kan de hele dag aan het meer spelen. We lezen, hangen en dommelen een beetje. Ray en Wouter hebben nog badminton gespeeld. Ik heb niet zoveel gedaan. Ik krijg steeds meer last van mijn rug, heel jammer.


Zondag 13 juli, het is net als gisteren. 's Ochtends lijkt het fris maar na het ontbijt begint de zon aan warmte te winnen en wordt het hartstikke mooi weer. Wouter is weer veel aan het water te vinden. We lezen en luieren. Ray gaat 's middags nog even een klein stukje hardlopen omdat er gepind moet worden. De camping accepteert geen credit card of pinpas.

Daarna gaan Wouter en Ray douchen. Vanavond is onze laatste avond hier. We hebben met elkaar afgesproken dat we morgen vertrekken om nog verder zuidelijk een camping te zoeken. We denken aan Halden of Svinesund. Maar het kan net zo goed Zweden worden.


Maandag 14 juli. Het is dus Zweden geworden! Via de Oslofjord zijn we naar het zuidoosten van Noorwegen gereden waar we dachten een mooie camping te hebben gezien. Høysanden heet de camping. We hadden deze gevonden in hetzelfde boekje als Nadvedt camping. Als we daar aankomen blijkt het een camping waar vooral veel seizoenplaatsen zijn. Ook ligt de camping niet direct aan het water, wat wel werd gesuggereerd in de beschrijving. Het is een mooie omgeving maar helaas niet wat wij zoeken. Omdat we al 2x in Halden zijn geweest besluiten we door te rijden naar Zweden. Oei, ik voel dat ik daar meer moeite mee heb dan ik had gedacht. Nu al afscheid nemen van Noorwegen, hè dat vind ik toch wel heel erg jammer.

In de omgeving van Strömstadt liggen 3 campings en daar besluiten we te gaan kijken. De eerste camping ligt aan de rand van Strömstadt. Het is een camping met terassen die zo hoog is dat je over de stad kunt kijken. Het lijkt ons wel wat. Als de camper is geïnstalleerd en we zitten een biertje te drinken, horen we heel duidelijk het verkeer en de drukte die daarmee gepaard gaat. Oeps, dat was toch niet ons idee van een rustig plekje. Toch maar weer verder zoeken. Om een lang verhaal niet nog langer te maken... het duurde nog een paar uur voordat we een geschikte camping hadden gevonden. Het is camping Längsjö geworden. Mijn humeur werd er niet beter op tijdens de zoektocht en het weer werd eveneens onstuimiger. Die nacht ben ik diverse keren wakker geworden van de harde wind.


Dinsdag 15 juli. Slecht weer!!! Dat is niet leuk! Wij zijn dit helemaal niet meer gewend, we zijn de hele vakantie wakker geworden met een zonnetje en nu harde wind en regen. Later op de ochtend klaart het weer een beetje op. We wandelen over de rotsen en in de nabij gelegen jachthaven. De wind is inmiddels behoorlijk toegenomen. Ik ga terug naar de camper omdat ik gewoon oorpijn krijg van de harde wind. Ray en Wouter gaan nog een ander gedeelte van de haven bekijken.

Het is wel jammer dat het zo'n slecht weer is. De camping ligt aan de zee, je kunt er (met mooi weer) hartstikke goed zwemmen. Ook zijn er veel speelgelegenheden en een prachtige midgetgolfbaan. We spreken met Wouter af dat als het morgenochtend goed weer is dat we gaan midgetgolfen voordat we richting Göteborg vertrekken.

Bij de zoveelste regenbui besluiten we een filmmiddag te nemen. We kijken achtereenvolgens de DaVinci Code en Ratatouille. Hartstikke gezellig!


Woensdag 16 juli. Wat een nacht zeg! Hele harde stormachtige wind, de camper ging helemaal heen en weer. Gelukkig is het deze ochtend iets beter.

We zijn vroeg opgestaan omdat we nog willen midgetgolfen. Na een lekker ontbijt gaan we dan ook op pad. Het is heel gezellig en we hebben veel lol. Er komt een jongetje bij ons zitten die de hele tijd bij ons blijft. Hij haalt zelfs de ballen op die ver uit de richting gegaan zijn. De zon is ook weer even terug.

Tegen 12 uur gaan we rijden richting Göteborg. Soms is het zonnig maar we hebben ook regen onderweg. We hebben ook dit jaar geen Elanden gezien. Wel zien we nog enkele herten onderweg. Als we in Göteborg aankomen hebben we nog ruim de tijd voor een kop koffie.

We zijn op tijd aan boord en als we bovenop het dek staan waaien we er zowat vanaf! Wat een wind! Later gaat het ook regenen. We blijven op het dek totdat we tussen de scheren langs de kust van Zweden varen.

Dan vind ik het welletjes. Mij te koud. Lekker iets warms gaan eten lijkt me een hele goeie optie. Zo gezegd zo gedaan. Na het eten gaan we uitgebreid shoppen in het kleine winkeltje aan boord. Een lekker geurtje, een lekkere whiskey en lekkere chocola zijn onze aankopen. Om 19.15 uur, precies op schema varen we Frederikshavn binnen.

Een kwartiertje later rijden we van boord.

We rijden door tot onder Århus en vinden een plekje voor de nacht op een parkeerplaats bij een school. Het ligt vlak bij de autobaan in het plaatsje Tebstrup ongeveer 65 km boven Kolding.


Donderdag 17 juli, onze laatste dag bestaat voornamelijk uit reizen. Nadat we vroeg zijn opgestaan en een vlug ontbijt eten gaan we rijden. Het gaat zeer voorspoedig. Zonder problemen door Hamburg en langs Bremen. Helaas hebben we een korte file bij Ibbenbüren in verband met wegwerkzaamheden. Om 15.10 u zijn we weer veilig thuis aan de Ekersdijk in Enschede. Dat was onze vakantie Zweden en Noorwegen in 2008. Wederom heel erg mooi!

 

Bjørna